Zutphen als Hanzestad

Zutphen groeide ongeveer 1000 jaar geleden rond een stenen grafelijke hof en een klein kerkje, aan de samenvloeiing van IJssel en Berkel. Hieraan dankt Zutphen zijn naam, want de plek aan twee goed bevaarbare rivieren op een heuvel temidden  van drassige veengronden noemde men Zuidvenne wat Zutphen betekent. Er zijn bij opgravingen sporen en contouren gevonden die erop wijzen dat geschiedenis van de stad veel ouder is dan tot nu toe werd aangenomen, zoals een grafveld dat te dateren valt op ca. 700 na Chr.

Omstreeks 1190 verkreeg Zutphen stadsrechten van Graaf Otto 1 van Gelre. Dat betekende o.a  zelfbestuur en eigen rechtspraak. In de veertiende eeuw werd de stad in haar geheel ommuurd. Hiervoor bestond zoals hierboven beschreven  al de nederzetting waar de Heren (later Graven) van Zutphen heersten. De stad ontwikkelde zich als een handelsstad en sloot zich  in 1285 aan bij de Hanze later komen wij in deze rubriek met een apart verhaal over de Hanzestad Zutphen.

Zutphen heeft een rijke historie en dat is nu nog te zien  grote koopmanshuizen, pakhuizen delen van stadsmuren bovendien bezit Zutphen  veel mooie plekjes en andere karakteristieke panden en hofjes. Veel van deze monumenten zijn inmiddels gerestaureerd. De vele torens en kerken bepalen het stadsgezicht en daarom wordt Zutphen ook wel torenstad genoemd.

De skyline en de logo van Zutphen geven hier blijk van.

Markant is de                                deze speelde een belangrijke rol in de vroegste geschiedenis van Zutphen. Er wordt nog altijd gediscussieerd over de vraag of de kerk behoorde aan de Bisschop van Utrecht of aan de Graven van Zutphen. Het schip en de onderbouw van de toren dateren uit het midden van de dertiende eeuw. Tot c.a 1500 vonden er uitbreidingen plaats. De middeleeuwse torenspits is door brand verloren gegaan. De torenspits is in de zeventiende eeuwse stijl herbouwd. De kerk is van mei tot september te bezichtigen. Bij een bezoek aan de kerk kunt u de beroemde librije, die nog geheel in oude staat verkerende "kettingbibliotheek" uit de zestiende eeuw laat zien.

De Wijnhuistoren hierin is jaren het VVV gevestigd geweest, vroeger was dit de plaats waar de stadsregering hun gasten onthaalde.

De Sint Janskerk of Nieuwstadkerk waar men al vijf en twintig jaar mee bezig is, om deze te restaureren uit donaties van de gemeente en het bedrijfsleven.

De Broederenkerk waarin thans de bibliotheek gevestigd is. In het torentje op het dak bevindt zich de bel die om kwart voor tien de burgers van Zutphen waarschuwt dat om tien uur de stadspoorten zullen worden gesloten.

                                 welke genoemd is naar Thonis Drogenap de stadsmuzikant die de toren in de zestiende eeuw bewoonde eerder in 1444/46 gebouwd toen deed hij dienst als stadspoort, en dan is er de Bourgonjetoren welke ook deel uitmaakt van de stadsmuur op andere restanten van de stadsmuur ook waren vroeger  hier ook de stadsbleekvelden, tevens  zijn nog delen van torens te zien.  O.a de Bourgonjetoren.

Zutphen heeft nog een oude watertoren waar nu appartementen in zijn gemaakt.
Klik op de skyline voor algemene foto's
Zutphen als Vestingstad

De grenzen van de stad waren in die tijd bepaald door muren, poorten, wallen, bastions en grachten. Veel is hiervan in Zutphen bewaard gebleven, dit getuige de foto's.

Om goed te begrijpen hoe Zutphen zich als stad ontwikkeld heeft en welke plaats de vestingwerken innamen, is hieronder in vogelvlucht de geschiedenis van Zutphen als vestingstad weergegeven.

De Heren van  Zutphen die zich laten Graven gingen noemen (lees eerste deel), bezaten 'palts'op het plein dat nu nog de naam 's Gravenhof draagt,                     (hier bevinden zich o,a de Walburgiskerk, het oude Stadhuis waarvan de burgerzaal vroeger een vleeshal was, de Schelpenkoepel, en huize van de Kasteele nu het Museumhotel ook staat hier de Wilhelminaboom. In de buurt van de kerk zijn de huizen nog tegen de oude stadsmuur aangebouwd (zie panoramafoto). Rond deze palts- het grafelijke hof ontwikkelde zich een (semi-) agrarische samenleving en vormde zich de grafelijke nederzetting. Deze werd in die tijd  waarschijnlijk  beschermd door een acht meter brede droge gracht en een aarden wal langs de Markten en de Waterstraat. In de twaalfde eeuw  breidde de stad zich uit en verloor deze eerste verdedigingslinie haar functie.
Door de gunstige liggeng aan twee waterwegen was het goed handel drijven in Zutphen. De Berkel is er een van hierover kwamen ooit wel 700 schepen per jaar naar Zutphen. Al gauw vestigden handelaren en ambachtslieden zich net buiten de grafelijke kern,  zodat ze aan de poort handel konden drijven met de bewoners van de kern. Hun nederzettingen ontwikkelden zich tot de Beukerstraat (thans nog een belangrijke winkelstraat) en de Barlhezes en omgeving, ten noordoosten en noordwesten van de oude kern. Het waren deze drie stadsdelen en enkele andere kleine gebieden die het stadsrecht verkregen en de eerste oude stad vormde.

Een nieuwe fase in de geschiedenis van Zutphen als vestingstad brak aan in de late zestiende eeuw. De stad kreeg het zwaar te voorduren tijdens Spaanse belegeringen maar vooral tijdens de Spaanse bezetting. Toen prins Maurits in het voorjaar van 1591 de stad definitief in handen kreeg, trof hij een grotendeels verwoeste stad aan. Honderden huizen waren vernield, de stadsmuren ernstig beschadigd en de grachten stonden droog of waren dichtgegroeid.  Zutphen was echter voor de verdediging van Maurits gebied van groot belang. De Spaanse troepen waren ver in de zeventiende eeuw namelijk op slechts enkele tientallen kilometers afstand gelegerd.  Rond 1600 kreeg Zutphen daarom een geheel nieuwe gordel van vestingwerken, waarvan veel elementen, zoals de 'bult van ketjen' aan de ijssel, nu nog een opvallende plaats in het stadsbeeld innemen.

In de achtiende eeuw werd het belang van Zutphen als vestingstad nog eens benadrukt  door de aanleg van nieuwe vestingwerken door de beroemde vestingbouwer Menno van Coehoorn ( naar hem is nog steeds een singel genoemd). De laatste linie werd in 1799 aan de oostzijde van de stad aangelegd.

Het einde van Zutphen als vestingstad kwam in de tweede helft van de negentiende eeuw. men ging anders denken over de verdediging van het land en werden de vestingwerken aan de ijssel overbodig. ook was het voor de bewoners in de Middeleeuwen geen pretje om deze stad te wonen ook al omdat deze was gebouwd voor 5000 inwoners terwijl er 15.000 mensen woonden!.
In 1874 kreeg Zutphen toestemming de vestingwerken te slopen (slechten), toch is er hier nog veel van bewaard gebleven.

U kunt dit natuurlijk zelf komen bekijken bij het VVV is een wandelroute te verkrijgen die u langs deze restanten voert.

Download hier   (234kb)  een leuke wandelroute door "Wij in Torenstad"


Geschiedenis
van ZUTPHEN
Het raadsel van Zutphen

Bron:  Het gezicht van Nederland          

Imponered is de aanblik van de stad aan de rivierzijde. De statige negentiende-eeuwse wit-gepleisterde huizen langs de ijssel maken een 'grootsteedse', ja bijna "internationale"indruk.
Of benader de stad  van de andere kant, vanuit het noorden. Een brede alee, de Deventerweg, voert u langs rijk geornameerde Jugendstil-panden van rond de eeuwwisseling en langs het oude verdedigingswater de Grote Gracht naar de Zutphense binnenstad.  Een binnenstad met een dichte bebouwing, gave aaneengesloten gevelwanden, met ruime pleinen en intieme hofjes, met kerken en kloosters, met musea en bibliotheken, met openbare gebouwen, en.... met sfeer!

Na een eerste bezoek aan Zutphen zult u onder de indruk zijn en zult u denken dat Zutphen werkelijk een grote stad met - zo gokken dan de meesten bezoekers de stad op  veertigduizend, vijftigduizend,  ja misschien wel zestigduizend inwoners,  maar het zal u verbazen:  Zutphen telt niet meer dan zo'n vijfendertigduizend inwoners. EEN RAADSEL? hoe kan een stad met "grootsteedse" stedenbouwkundige elementen slechts een kleine 35.000 inwoners tellen?

Het betrekkelijk geringe aantal inwoners enerzijds en het in vele opzichten grootsteedse karakter van Zutphen anderzijds, zijn niet met elkaar in tegenspraak.  Het facinerende van Zutphen is dat vele elementen uit 800 jaar stadsgeschiedenis verankerd zijn geraakt in de stad, en er een wezelijk deel van zijn geworden.
Dat geldt niet alleen voor de uiterlijke verschijningsvorm - gebouwen -  kunstvoorwerpen, stratenpatroon, e. d. - maar ook voor het "innerlijke leven" van de stad.  Het verleden is in Zutphen niet een opgepoetst stuk antiek, maar een dynamische factor in het moderne leven van heden.

De Rotterdamse hoogleraar W.Th.M. Frijhoff, Zutphen-kenner bij uitstek, verwoordt die relatie heden-verleden als volgt:

'De levende stad van heden is tegelijk een rest van het verleden, en een rijke rest. Althans voor de goede verstaander, die de sporen van het verleden weet te lezen, die zijn verbeelding kan laten werken en die niet bang is voor zijn emoties. Aantrekkelijke steden zijn steden vol spanning. Het geheim van zulke steden is dat we op elke straathoek het gevoel krijgen dat er iets gebeurd is (...) Dat we, kortom zelf delen in een geschiedenis die onherroepelijk voorbij is en toch nog bijna tastbaar. Zulke steden zijn steden om van te houden (...) Het zijn steden die ons leven verrijken. Zutphen is zo'n stad'.

Inderdaad , voor degene die zijn verbeelding kan laten werken is Zutphen een zeer rijke stad. De beroemde en in Warnsveld bij Zutphen overleden dichteres Ida Gerhardt (1905-1997) heeft misschien wel op de mooiste wijze deze verrijkende werking van een stad als Zutphen onder woorden gebracht in een van haar gedichten:    

                                                                       


Ik ben zómaar met groot verlof geweest
anderhalf etmaal op een paar uur na;
en tevens werd mij onverwacht verleend
een helderheid van horen en van zien
waaraan ook het geringste niet ontging,
al was het maar een varentje in de voeg
van een vervallen muur. -En tegelijk
was ik volkomen uit de tijd getild:
gisteren, morgen of vandaag -och kom!
Anderhalf etmaal ben ik omgegaan
-mijzelf ontkomen, eindelijk mijzelf -
dolend en dromend in een kleine stad
waar àlles stem kreeg, àlles open ging.
Steeds wetend: zó kan het maar éénmaal zijn.

(uit Ida Gerhardt, Dolen en dromen  
 Amsterdam / Zutphen 1980)

Ida Gerhardt
1905-1997
Meer gedichten van Ida Gerhardt op Emotie en Gevoelens
st Walburgiskerk
De Drogenaptoren